Drie manieren om placemaking in te zetten voor aantrekkelijke centrumgebieden

“Het is moeilijk om een ruimte te creëren die geen mensen aantrekt. Het is echter opmerkelijk hoe vaak dit wordt bereikt. En wat je ruimte geeft, trek je aan.” – Minouche Besters, partner bij STIPO

Loop door een willekeurige binnenstad en je voelt het meteen: sommige plekken trekken je naar binnen, andere duwen je er juist langs. Het verschil zit zelden in de stenen. Het zit in wat er gebeurt of juist niet gebeurt. Placemaking draait precies om dat verschil. Niet om het ontwerpen van ruimte, maar om het maken van plekken waar mensen willen zijn. Waar iets te beleven valt, op verschillende momenten van de dag, voor verschillende mensen. En waar je misschien niet eens een doel hebt, behalve er even zijn.

Wat is van belang voor een goed centrumgebied?

Stipo benadrukt de volgende factoren: 

  • Geld – variatie in m2 prijs en product aanbod
  • Ritmes – dagen, week en door de dag en avond heen
  • Programmering – 10 dingen te doen op 10 plekken (vuistregel van placemaking; dit hoeven geen grote dingen te zijn, denk aan luisteren, zitten, spelen, werken, sporten, ijsje eten, mensen kijken)
  • Rust en reuring – luide, drukke plekken afgewisseld met stille pleintjes en groen
  • Toegankelijk en verbonden – bewegwijzering, routes, begaanbaar
  • Bewegen mee met de tijd en de vraag – aanbod past bij de mensen

Wie hier goed naar kijkt, ziet dat het eigenlijk allemaal draait om balans. Tussen druk en rustig, tussen duur en betaalbaar, tussen gepland en spontaan. Een centrumgebied dat alleen op één van deze assen scoort, voelt al snel eenzijdig. Pas als het schuurt én klopt ontstaat er levendigheid. Dat vraagt om meer dan alleen een mooi ingerichte openbare ruimte. 

Drie zaken die op orde moeten zijn voor een fijne plek

Om een fijne plek te maken zijn de volgende drie zaken nodig:

  • Hardware (ruimtelijke en fysieke kwaliteiten) – zorgen dat het er goed uitziet en fijn voelt.
  • Software van je binnenstad (diverse gebruikers en activiteiten) – zorgen dat er altijd wat te doen is, het aanbod trekt. Liever continue levendigheid dan grote events.
  • Orgware (eigenaarschap & management) – hierin ligt een rol voor de centrummanager en de gouden cirkel

Bron afbeelding: STIPO

De hardware is vaak wel op orde; mooie bestrating, nieuwe verlichting, een opgeknapt plein. Maar zonder software en orgware blijft het leeg. Of nog erger: het wordt een plek waar je doorheen loopt, maar niet blijft plakken. En juist dat is waar het om draait bij placemaking. Drie manieren om orgware en software in te zetten voor betere plekken in je binnenstad:

1. Plintorganisatie voor een mix van huren

Wie het heeft over de beleving van een binnenstad, heeft het eigenlijk over de plint. En toch is het vaak precies die plint die het meest versnipperd en toevallig wordt ingevuld. Een keten of een functie die eigenlijk niet past maar wel betaalt. Voor je het weet is de samenhang weg.

De plintorganisatie is een manier om dat toeval eruit te halen zonder het karakter te verliezen. Dit is het makkelijkst te realiseren op nieuwe plekken, maar ook op bestaande plekken mogelijk. In hun betrokkenheid bij onder meer Beurskwartier in Utrecht en Schalkwijk in Haarlem stuurt STIPO op de inzet van een plintorganisatie. 

Wat houdt deze plintorganisatie in? In plaats van dat elke eigenaar zijn eigen stukje optimaliseert, wordt er op gebiedsniveau gekeken: wat heeft deze straat nodig? Welke mix maakt dit gebied sterker? En hoe zorgen we dat daar ook ruimte voor is?

Door te werken met een gemiddeld huurniveau ontstaat er speelruimte. Ruimte voor lokale ondernemers die iets toevoegen aan de identiteit van de plek. Voor makers, starters en maatschappelijke initiatieven die normaal gesproken buiten de boot vallen. Maar ook ruimte om te experimenteren, tijdelijk of flexibel en zonder meteen vast te zitten aan lange contracten. Het interessante is dat dit uiteindelijk niet alleen de ‘zachte’ kant versterkt. Juist doordat het gebied aantrekkelijker wordt als geheel, neemt ook de waarde toe. En komen er vanzelf partijen op af die bereid zijn meer te betalen. De plintorganisatie wordt daarmee geen beheerder van vastgoed, maar een regisseur van levendigheid.

Spelregels voor plintorganisatie waar STIPO actief is:
  • Iedereen ‘levert’ de plinten;
  • Iedereen draagt (financieel) bij;
  • De plintmanager is verantwoordelijk voor het portfolio en het gebruik ervan;
  • Alle plinten komen in aanmerking voor dubbel gebruik in de uren dat een plint niet gebruikt wordt (bijvoorbeeld in de avond doorverhuren voor extra inkomsten).
  • Bij strategisch wachten wordt de plint na een maand tijdelijk verhuurd.

2. Begin waar energie zit

Ga zoeken waar energie zit en bouw van daaruit verder. Laat het groeien door concrete resultaten te boeken. Die energie zit vaak dichterbij dan je denkt, namelijk bij lokale helden. Te herkennen aan een deelboekenkast, een geveltuintje of gewoon iemand die zichtbaar moeite doet voor zijn straat. Vanuit die energie kun je beginnen.

Een mooi voorbeeld is de aanpak van STIPO in Vlaamse Gas / Tweede Walstraat (onderdeel van de Molenpoort) in Nijmegen, een gebied dat lange tijd sterk verpauperd was, met leegstand en drugsproblematiek. Daar zijn ze gestart met een kleine groep actieve bewoners. Samen hebben ze in kaart gebracht wat goed was, wat kansrijk was en wat echt niet werkte. Die aanpak was tegelijk strategisch én gericht op de korte termijn. Op korte termijn ging het om het aansteken van een vuurtje, om op lange termijn iets in beweging te krijgen.

Door snel zichtbare resultaten te boeken in co-creatie, ontstaat vertrouwen in een coalitie. In Nijmegen zijn ze daarom de eerste drie maanden direct aan de slag gegaan met concrete verbeteringen in de openbare ruimte: afval, graffiti, verlichting, groen en sfeer.

Binnen een jaar volgde de volgende stap. Er kwam ruimte voor programmering, met kleine activiteiten zoals parklets, een markt en een salsafeest. Tegelijkertijd gingen ze in gesprek met gebouweigenaren, werkten ze aan een gezamenlijke (positionerings)visie voor het gebied, scoutten ze nieuw programma en zochten ze financiering voor de samenwerking.

Binnen twee jaar werd het gebied, dat eerst bekend stond als een rotte kies, genoemd als tip om te bezoeken door de ANWB, de de Volkskrant en Spoor.

3. Tactical urbanism: de kracht van het kleine gebaar

Als er één aanpak is die dit proces versnelt, dan is het tactical urbanism. De gedachte is even simpel als effectief: wacht niet tot alles perfect is, maar begin. Snel, klein en zichtbaar.

Een paar parkeerplaatsen omtoveren tot een terras. Tijdelijk groen toevoegen. Een leeg pand invullen met een pop-up. Het zijn geen eindoplossingen, maar experimenten. Manieren om te testen wat werkt en wat niet. Juist doordat het tijdelijk is, kan er meer. En doordat het zichtbaar is, gebeurt er meteen iets met de plek. Mensen blijven staan of maken er gebruik van. En dat gebruik geeft richting.

Tactical urbanism laat zien dat verandering niet altijd groot hoeft te beginnen. Soms is een goed geplaatste bank, een beetje verlichting of een klein evenement genoeg om een plek weer op gang te helpen. En misschien nog belangrijker: het maakt de stad weer van de mensen die haar gebruiken.

Meer weten over placemaking?

Placemaking is uiteindelijk geen methode, maar een manier van kijken. Het dwingt je om anders te kijken naar de stad: niet als een verzameling functies, maar als een netwerk van plekken waar mensen betekenis aan geven. Er is genoeg openbare ruimte, maar er zijn te weinig plekken.

Het verschil zit in aandacht en gebruik en de mate waarin mensen zich ergens eigenaar voelen. Van ruimte naar plek dus. En misschien nog wel belangrijker: ruimte geven om plekken te laten ontstaan. Want de beste plekken worden zelden volledig bedacht. 

Nieuwsgierig naar meer? Elk voorjaar wordt er een training gegeven door Stipo: https://stipo.nl/placemaking-trainingen-en-workshops/

Al het werk van Stipo is open source; download de boeken gratis op: https://stipo.nl/boeken-en-publicaties/

Delen: