Onderzoek bewijst: zonder ‘local hero’ geen vitaal dorpscentrum
Een bruisend dorpshart is cruciaal voor de leefbaarheid en de lokale economie, maar staat in veel plattelandsgemeenten onder druk. Vergrijzing, gebrek aan bedrijfsopvolging, veranderend consumentengedrag en beperkte organisatiekracht maken het steeds uitdagender om voorzieningen en levendigheid in stand te houden. Een nieuw, grootschalig onderzoek, mede mogelijk gemaakt met een RAAK-subsidie, bevestigt nu de onmisbare positie van zelfstandige ondernemers en familiebedrijven als sleutel tot succes.
Gestandaardiseerde, stedelijke aanpakken blijken onvoldoende en maken plaats voor maatwerk waarin samenwerking, lokaal eigenaarschap en de lokale ondernemer – de ‘local hero’ – centraal staan. Veel methoden om winkelgebieden te versterken zijn ontwikkeld voor steden en sluiten slecht aan bij de realiteit van een dorp. Het onderzoeksproject Krachtige centrumprofessionals in dorpskernen, uitgevoerd door Hogeschool Windesheim, Saxion en Hanzehogeschool Groningen, richt zich daarom specifiek op plattelandsgemeenten in Noordoost-Nederland. Binnen het onderzoek staat de vraag centraal hoe samenwerking, organiserend vermogen en professioneel centrummanagement kunnen bijdragen aan toekomstbestendige dorpscentra.
De blinde vlek: Stedelijke aanpak werkt niet in dorpen
Het onderzoek legt de vinger op de zere plek. In dorpen is het speelveld wezenlijk anders dan in de stad: het economisch potentieel is beperkter en het organiserend vermogen moet vaak van de grond af worden opgebouwd. Waar in steden vaak grotere organisaties actief zijn met duidelijke taakverdelingen, ontstaan samenwerkingen in dorpen juist informeel vanuit betrokken ondernemers, inwoners en familiebedrijven.
Waar een centrumprofessional in de stad belangen afweegt binnen bestaande structuren, moet die in een dorp vooral het organiserend vermogen versterken en partijen met elkaar verbinden. Het één-op-één overnemen van stedelijk beleid is daarom gedoemd te mislukken en leidt ertoe dat veel centrumprofessionals vastlopen in hun rol.
Uit de eerste onderzoeksresultaten blijkt bovendien dat centrumprofessionals regelmatig zoeken naar hun positie binnen het lokale krachtenveld. Hoe blijf je onafhankelijk én verbindend? Hoe organiseer je samenwerking tussen ondernemers, gemeenten en vastgoedeigenaren? En hoe zorg je ervoor dat partijen gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst van het centrum?
De centrumprofessional: van evenementenorganisator naar strateeg
Binnen het onderzoek staat de rol van de centrumprofessional centraal. Dat kan een centrummanager zijn, maar ook een kwartiermaker, bedrijfscontactfunctionaris of andere verbinder tussen ondernemers, vastgoedeigenaren, gemeenten en maatschappelijke organisaties. Uit het onderzoek blijkt dat veel centrumprofessionals in een operationele rol worden gedrukt. Ze zijn vooral bezig met evenementen, marketing en dagelijkse afstemming. Dit terwijl de echte uitdagingen strategisch van aard zijn: branchering, vastgoed, leegstand, leefbaarheid en samenwerking tussen centrumactoren. Deze ‘handelingsverlegenheid’ komt voort uit een onduidelijk mandaat en een gebrek aan kennis over de specifieke dynamiek van een dorpskern. De professional moet daarom de ruimte krijgen om te schakelen tussen verschillende strategische rollen: als bruggenbouwer tussen partijen, als facilitator van lokale initiatieven, als kwartiermaker of als coach en bemiddelaar bij conflicten. Alleen dan kan hij of zij daadwerkelijk bijdragen aan een toekomstbestendig dorpscentrum.
Het onderzoek benadrukt daarnaast dat centrummanagement in dorpen steeds meer een vak op zichzelf wordt. De opgaven worden complexer en vragen om kennis van samenwerking, organisatieontwikkeling, vastgoed, leefbaarheid en lokale economie. Tegelijkertijd bestaat er geen standaardoplossing: iedere kern vraagt om maatwerk.
De sleutelrol van de ‘Local Hero’
Centraal in de dorpsdynamiek staat de zogenoemde ‘local hero’. Dit zijn vaak diepgewortelde familiebedrijven die als ondernemer, en dikwijls ook als vastgoedeigenaar, een onvervangbare rol vervullen.
Kenmerkend voor deze ondernemers is hun:
- Lokale verankering: zij zijn sociaal betrokken en hebben een direct en langdurig belang bij een vitaal centrum.
- Onderscheidend vermogen: zij beschikken over een sterke concurrentiepositie en trekken vaak klanten van buiten de dorpskern.
- Dubbelrol: als ondernemer én vastgoedeigenaar hebben zij de kennis, het netwerk en de financiële slagkracht om het verschil te maken.
- Maatschappelijke betrokkenheid: zij investeren vaak ook in evenementen, verenigingen en initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid van het dorp.
Deze ‘local heroes’ zijn een cruciale samenwerkingspartner voor de centrumprofessional en de gemeente. Zij bezitten het langetermijnperspectief en de lokale kennis die bij overheden, door wisselende ambtenaren en bestuurders, vaak ontbreekt.
Concrete tools voor betere samenwerking
Na gesprekken met meer dan zestig betrokkenen – waaronder centrumprofessionals, ondernemers, vastgoedeigenaren, bestuurders, gemeenten en maatschappelijke organisaties – wordt momenteel gewerkt aan een aantal concrete tools die de samenwerking in dorpscentra moeten versterken.
De eerste tool, het Raamwerk Opvattingen Centrum Samenwerking, geeft inzicht in de verschillende samenwerkingsopvattingen van centrumactoren. Hierdoor wordt beter zichtbaar waar belangen overeenkomen, waar spanningen ontstaan en hoe samenwerking kan worden versterkt.
De tweede tool richt zich op de positionering van de centrumprofessional. Daarbij staan vragen centraal als:
– Welke rol past bij een dorp?
– Wanneer is een kwartiermaker nodig?
– Hoe ontwikkel je van operationeel naar strategisch werken?
– Welke competenties zijn nodig?
Deze tool helpt centrumprofessionals om hun rol beter te duiden en ondersteunt een meer tactische en strategische aanpak.
De derde tool richt zich op het handelingsperspectief van centrumactoren. Hierbij wordt specifiek gekeken naar het gedrag, de belangen en de betrokkenheid van ondernemers, vastgoedeigenaren, inwoners en maatschappelijke organisaties. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar familiebedrijven en hun verschillende rollen binnen het dorp. De tool moet helpen bij:
– het versterken van samenwerking;
– het vergroten van draagvlak;
– het betrekken van ongeorganiseerde partijen;
– het ontwikkelen van financieringsmodellen;
– het versterken van ondernemersverenigingen en centrumsamenwerking.




DNWS als kennispartner
Platform De Nieuwe Winkelstraat (DNWS) is als kennispartner nauw betrokken bij het onderzoek. DNWS draagt bij aan kennisdeling over retail, vastgoed en centrumsamenwerking en ondersteunt de verbinding met centrumgebieden, ondernemers en centrummanagers in het land.
Interactieve ontwerpsessies en praktijktesten
Om de tools verder te ontwikkelen organiseerden de hogescholen meerdere interactieve ontwerpsessies met praktijkpartners, waaronder DNWS. Tijdens deze bijeenkomsten werden inzichten gedeeld, ervaringen opgehaald en prototypes getest. De ontwerpsessies liepen door tot maart 2026 en moeten uiteindelijk leiden tot praktisch toepasbare instrumenten voor dorpscentra. Daarna volgt een testfase waarin de tools daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast. Vanuit de hogescholen worden deelnemers daarbij begeleid met intervisie en ondersteuning.
In het najaar van 2026 volgen opnieuw bijeenkomsten waarin ervaringen uit de praktijk worden verzameld en verwerkt in de definitieve eindproducten.
Blik op de toekomst
Het project loopt tot eind januari 2027 en wordt afgesloten met een symposium waarin de resultaten worden gepresenteerd aan een breder publiek. DNWS zal hierin als kennis- en netwerkpartner mede een rol spelen. Het onderzoek biedt een veelbelovend perspectief voor de toekomst van de detailhandel en leefbaarheid in dorpskernen. De centrale boodschap is duidelijk: sterke dorpscentra ontstaan niet vanzelf, maar vragen om lokaal eigenaarschap, professionele samenwerking en ruimte voor ondernemers en familiebedrijven die bereid zijn langdurig in hun dorp te investeren.