Van leegstand naar levendigheid: hoe Enschede ruimte maakt voor cultuur
Een leegstaand winkelpand is vaak vooral iets wat je liever niet ziet. Een donkere etalage, afgeplakte ramen of een pand dat maandenlang niet wordt gebruikt. Maar wat als je die leegstand tijdelijk kunt inzetten om de binnenstad aantrekkelijker te maken én ruimte te bieden aan kunstenaars en makers?
In Enschede wordt die vraag in de praktijk onderzocht. Stichting Binnenstadsmanagement Enschede (SBME), de gemeente Enschede en De Sektor zijn gestart met een pilot voor cultureel leegstandsbeheer. De Sektor verbindt makers, organisatoren en locaties binnen de undergroundcultuur van Enschede. Niet vanuit een volledig uitgewerkt stappenplan, maar vanuit een idee, een aantal betrokken partijen en de bereidheid om te kijken wat er mogelijk is. Voor DNWS reden om juist het proces achter de pilot te bekijken. Want hoe kom je van een goed idee naar een concrete plek? Waar loop je tegenaan en wat is ervoor nodig om verschillende werelden bij elkaar te brengen?
Het begint met een andere blik op leegstand
Het idee ontstond vanuit een gesprek tussen SBME, de gemeente en De Sektor. In Enschede zijn makers en culturele organisaties die op zoek zijn naar ruimte. Tegelijkertijd zijn er in de binnenstad panden die tijdelijk leegstaan. Daar ontstond een logische vraag: kunnen die twee werelden elkaar versterken?
“Een leegstaand pand hoeft niet per definitie leeg te zijn”, is de gedachte achter de pilot.
Een ruimte die nog niet verhuurd is, kan tijdelijk worden gebruikt als etalage voor kunst, als werkruimte of als plek voor een creatieve activiteit. Voor de binnenstad levert dat meer op dan alleen een gevulde etalage. Kunst kan zorgen voor verrassing, reuring en een ander straatbeeld. Voor makers ontstaat een podium op een zichtbare plek. En voor een vastgoedeigenaar kan een leeg pand tijdelijk een positieve uitstraling houden. Daarmee ontstaat ook een interessante vraag: kan een tijdelijke invulling er niet alleen voor zorgen dat een pand er aantrekkelijker uitziet, maar er uiteindelijk ook aan bijdragen dat een nieuwe huurder zich sneller aandient? Maar een goed idee betekent nog niet dat het ook eenvoudig te organiseren is.
Verschillende werelden bij elkaar brengen
Een van de eerste uitdagingen was het bij elkaar brengen van partijen die niet vanzelfsprekend samenwerken. Vastgoedeigenaren kijken vanuit een ander perspectief naar een pand dan kunstenaars. Een eigenaar wil weten wat er met het pand gebeurt, wie verantwoordelijk is en hoe lang het gebruik duurt. Tegelijkertijd blijft het doel om het pand weer te verhuren. Een kunstenaar kijkt vooral naar de mogelijkheden van de ruimte. Daarbij kunnen veel praktische vragen ontstaan. Wie heeft toegang tot het pand? Wat gebeurt er als er iets beschadigt? Wie regelt de praktische zaken? En wat betekent tijdelijk gebruik voor de verhuurbaarheid van een pand? Juist daarom is vertrouwen een belangrijke voorwaarde.




Niet alles vooraf dichttimmeren
In Enschede is er bewust voor gekozen om niet eerst een volledig model op papier uit te werken. De betrokken partijen zijn begonnen met een concrete locatie en kijken onderweg wat nodig is. Dat vraagt om flexibiliteit. Niet ieder leegstaand pand is geschikt voor ieder initiatief. Ook de wensen van een eigenaar en de mogelijkheden van een kunstenaar verschillen per locatie. Daarom wordt per situatie gekeken welke invulling passend is en welke afspraken nodig zijn. Denk aan afspraken over de duur van het gebruik, toegang tot het pand, verantwoordelijkheden en wat er wel en niet kan. Door klein te beginnen, kunnen de betrokken partijen ervaring opdoen. Wat werkt goed? Waar ontstaan vragen? Welke afspraken blijken belangrijk? En wat kan een volgende keer slimmer?
De eerste match
Die aanpak heeft inmiddels geleid tot een eerste concrete invulling. Woningcorporatie Domijn stelde een leegstaande ruimte beschikbaar. De Sektor zorgde voor de verbinding met de makers en kunstenaar Jelle de Graaf plaatste er zijn installatie ‘Poppenspeler’.
Maar de ruimte is meer dan alleen een plek om kunst te presenteren. Achter de installatie zijn werkplekken gecreëerd voor makers en kunstenaars uit de creatieve broedplaatsen die zelf nog geen geschikte plek hadden om te werken. Zij kunnen hier hun kunst maken, aan projecten werken en samenwerkingspartners ontvangen. Zo wordt de leegstaande ruimte niet alleen een podium voor cultuur, maar ook daadwerkelijk een plek waar cultuur en creativiteit kunnen ontstaan.
Een ruimte die anders leeg zou staan, krijgt daarmee tijdelijk een nieuwe functie en betekenis. De kunst trekt de aandacht en geeft de ruimte aan de straatkant een verzorgde en verrassende uitstraling, terwijl er aan de achterkant ruimte ontstaat voor de makers zelf. Het laat daarmee direct zien wat het idee achter de pilot kan opleveren: leegstand wordt niet alleen zichtbaar ingevuld, maar krijgt een functie voor de creatieve sector én de binnenstad. En misschien nog belangrijker: een eerste voorbeeld maakt het gesprek met andere pandeigenaren makkelijker.
Van pilot naar een bredere aanpak?
Voor SBME en de gemeente is de pilot daarom niet alleen interessant vanwege de eerste locatie. Het is vooral een manier om te ontdekken wat er nodig is om cultureel leegstandsbeheer vaker mogelijk te maken. Daarbij is het niet de bedoeling om verhuur te vervangen. Een leegstaand pand blijft in de eerste plaats een pand dat weer een huurder nodig heeft. Culturele invulling kan juist waardevol zijn in de periode daartussen. Tegelijkertijd kan de pilot inzicht geven in de vraag of een actieve en aantrekkelijke invulling ook kan bijdragen aan het sneller vinden van een nieuwe huurder. De pilot laat zien dat daarvoor niet altijd een groot programma of ingewikkelde structuur nodig is. Soms begint het met partijen die elkaar weten te vinden, een eigenaar die bereid is een ruimte beschikbaar te stellen en de ruimte om onderweg te leren.
Wat kunnen andere binnensteden hiervan leren?
De Enschedese pilot laat zien dat tijdelijk gebruik van leegstaand vastgoed kansen biedt, maar dat de sleutel niet alleen in het vullen van een etalage zit.
- Begin met een concrete plek. Een eerste voorbeeld maakt een abstract idee zichtbaar en laat zien wat er mogelijk is.
- Breng verschillende partijen bij elkaar. Vastgoedeigenaren, kunstenaars, ondernemers en overheid hebben allemaal een ander belang. Juist de verbinding daartussen maakt een initiatief kansrijk.
- Werk aan vertrouwen. Niet alle risico’s en vragen zijn vooraf weg te nemen. Goede afspraken en persoonlijk contact zijn minstens zo belangrijk.
- Maak het niet onnodig ingewikkeld. Een standaardaanpak werkt niet altijd. Kijk per pand en per initiatief wat nodig is.
- Gebruik een pilot om te leren. Het doel hoeft niet direct een perfect systeem te zijn. Door te beginnen, ontdek je wat werkt en wat bijstelling nodig heeft.
- En misschien is dat wel de belangrijkste les: kijk bij leegstand niet alleen naar wat er ontbreekt, maar ook naar wat er tijdelijk mogelijk is.
In Enschede wordt die ruimte nu in de praktijk verkend. Niet als alternatief voor verhuur, maar als manier om een leegstaand pand tijdelijk onderdeel te laten blijven van een aantrekkelijke en levendige binnenstad.