Verdiep je in de Omgevingswet met de CMA masterclass van RHO adviseurs
Met de invoering van de Omgevingswet verandert het speelveld voor centrumontwikkeling ingrijpend. Waar voorheen tientallen wetten, verordeningen en bestemmingsplannen naast elkaar bestonden, brengt de Omgevingswet alles samen in één nieuw stelsel. Volgens adviseurs Tommy Walvius en Koos Seerden van RHO Adviseurs is het doel helder: meer samenhang, betere voorspelbaarheid en snellere besluitvorming in de fysieke leefomgeving. In de praktijk is de wet echter complex en zal het voor gebruikers waarschijnlijk pas richting 2032 echt eenvoudiger worden.
Juist die overgangsperiode maakt de Omgevingswet extra relevant voor centrummanagers daarom organiseert Centrummanagement Academy op vrijdag 6 februari een verdiepende masterclass Omgevingswet.
Van inzicht naar verdieping
De Omgevingswet is geen technische exercitie, maar een strategisch instrument. Voor centrummanagers die nu meedenken, biedt de wet de kans om het centrum van de toekomst daadwerkelijk vorm te geven.
Wil je hier dieper in duiken en leren hoe je het Omgevingsprogramma en Omgevingsplan concreet kunt inzetten voor jouw centrumgebied?
Op vrijdag 6 februari organiseert de Centrummanagement Academy een verdiepende masterclass, verzorgd door Tommy Walvius en Koos Seerden van RHO Adviseurs.
- Datum: vrijdag 6 februari 2026
- Tijd: 9.00 – 13.00 uur
- Locatie: INretail
- Kosten: €249
Meer informatie en inschrijven kan via: https://www.centrummanagementacademy.nl/masterclasses/
Vier instrumenten, één strategisch moment
De Omgevingswet werkt met vier kerninstrumenten: de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsvergunning. Voor centrummanagers zijn vooral de eerste drie van belang.
De Omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen waar een gemeente naartoe wil. Deze visie is vormvrij en moet uiterlijk in 2027 zijn vastgesteld. Hoewel de visie juridisch vooral de gemeente zelf bindt, vormt zij het vertrekpunt voor alles wat daarna volgt.
Het Omgevingsplan is het juridische hart van de wet. Hierin worden alle bestaande bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen samengebracht in één gemeentebreed plan. Gemeenten hebben tot 2032 om dit plan vast te stellen. Veel gemeenten kiezen ervoor om bestaande plannen beleidsneutraal over te zetten, vaak plannen die nog dateren uit de jaren ’90. Daarmee dreigt verouderd beleid de komende tien jaar het toetsingskader te blijven.
Tussen deze twee instrumenten zit het Omgevingsprogramma — en juist dat instrument biedt kansen. Het programma vertaalt de visie naar concreet beleid voor een specifiek gebied of thema en kan in de overgangsperiode dienen als nieuw toetsingskader, ook wanneer het Omgevingsplan nog niet is geactualiseerd.
Waarom dit hét moment is voor centrummanagers
Volgens Walvius en Seerden is dit hét moment waarop centrummanagers invloed kunnen uitoefenen. Alle ruimtelijke regels moeten opnieuw worden opgesteld. Wie nu niet meepraat, krijgt later te maken met regels die gebaseerd zijn op oud denken.
Dat vraagt om actie aan de voorkant. Gemeentelijke afdelingen Ruimtelijke Ordening missen soms capaciteit en de economische bril. Hier ligt een duidelijke rol voor centrummanagers: help bij het vertalen van economisch beleid en centrumambities naar ruimtelijke spelregels die houvast bieden bij vergunningverlening en handhaving.
Het Omgevingsprogramma is daarbij een cruciaal instrument. Door ambities expliciet vast te leggen (bijvoorbeeld over de gewenste omvang van het winkelgebied, functiemenging of de aanpak van ongewenste ontwikkelingen zoals flitsbezorging) ontstaat een helder afwegingskader. Door deze keuzes te koppelen aan concrete locaties, ontstaat bovendien voorzienbaarheid. Dat maakt het mogelijk om uitsterfregelingen juridisch houdbaar toe te passen, zonder langdurige discussies over nadeelcompensatie.
Leren van de praktijk: Venlo
De gemeente Venlo behoort tot de voorlopers. Op basis van een nieuwe retailvisie stelde de gemeente in samenwerking met RHO Adviseurs een Omgevingsprogramma vast waarin het centrumgebied is uitgewerkt in kaarten en tabellen. Per deelgebied is vastgelegd waar detailhandel, wonen of horeca wenselijk is. Dit programma fungeert nu al als toetsingskader, vooruitlopend op het definitieve Omgevingsplan.
Een belangrijk leerpunt uit Venlo is de samenhang tussen functies. Zo vraagt het toevoegen van woningen boven winkels direct om aanpassing van parkeerregels. Juist deze gestapelde vraagstukken maken het noodzakelijk om economisch en ruimtelijk beleid integraal te benaderen.
Het opstellen van zo’n programma kost tijd (in Venlo ongeveer anderhalf jaar), maar levert duidelijkheid en richting op voor de lange termijn.