Effect van gezamenlijke openingstijden

Tegenwoordig is er door de overheid vastgesteld dat winkeliers zich niet meer aan de openingstijden hoeven te houden die winkeliersverenigingen hebben opgezet. Ondernemers bepalen graag zelf wanneer ze hun winkels willen openen en gaan niet altijd mee met andere retailers. Het probleem dat hier ontstaat is dat de consument tijdens het winkelen ervaart dat niet alle winkels gezamenlijk open zijn. 

Wanneer retailers niet samenwerken zal er niet gewerkt worden aan één uitstraling. Dit kan effect hebben op de klanttevredenheid en traffic in een winkelgebied.

DNWS heeft daarom onderzoek laten doen naar gezamenlijke openingstijden. De centrale vraag van het onderzoek was: Op welke manier beïnvloeden gezamenlijke openingstijden de klanttevredenheid, sfeer en uitstraling en daarmee de factor traffic?

Bekijk hieronder het onderzoeksrapport ‘Effect van gezamenlijke openingstijden’.

Delen:

Bekijk ook

Leegstaande winkelpanden omgetoverd tot cultuuretalages

De oplossing voor leegstaande panden? In Den Haag slaan Haagse culturele instellingen, vastgoedpartijen en de gemeente de handen ineen voor een creatief experiment. Leegstaande winkelpanden worden tijdelijk omgetoverd met onder andere etalages van het Mauritshuis, Beeld en Geluid Den Haag en het Kinderboekenmuseum. Iris Reijman, projectleider Spinner & Langkous, vertelt over het project.

Overzicht provinciale subsidieregelingen

Provincies vinden steeds meer hun rol om gemeenten bij te staan bij het verbeteren van binnensteden, dorpen en (perifere) winkelgebieden door het bieden van kennis en middelen. DNWS heeft een overzicht gemaakt van de beschikbare subsidieregelingen per provincie.

Hoe Utrecht de leegstand aanpakt

Van alle grote binnensteden in Nederland draait het centrum van Utrecht het beste. De gemeente, die dit jaar 900 jaar stadsrechten viert, bouwt schouder aan schouder met centrummanagement en vastgoedeigenaren met succes aan de transformatie en bestrijding van de leegstand. Emiel Fonville, senior (beleids)adviseur Ontwikkelorganisatie Ruimte, Wonen en Economie Gemeente Utrecht, weet er alles van.