Samen online. Kies je voor een website of platform? Wat is het verschil?

Veel winkels en horecagelegenheden hebben hun deuren gesloten. Omzetten lopen drastisch terug. Ondernemers in winkelgebieden zijn naarstig op zoek naar manieren om toch omzet te kunnen generen. Samen optrekken en gezamenlijk online gaan, heeft veel voordelen, maar waar kies je voor: een website waar winkels met hun webshops op staan of voor een lokaal collectief online platform? En wat zijn eigenlijk de verschillen? 

Nu online aanwezig

Nu winkels en horeca vrijwel helemaal stil staan zien winkelgebieden nu de urgentie om ook online aanwezig te zijn. Waar dat nog niet was geregeld, wordt nu snel op zoek gegaan omdat alsnog te doen. Dat roept meteen de nodige vragen op, want waar begin je en voor welke methode kies je? Bij DNWS krijgen we veel vragen over je als winkelgebied online kunt gaan? Een veel gestelde vraag is wat het verschil is tussen een collectieve website en een online platform. We vragen Tessa Vosjan, projectleider van het retaillinovatielab ‘Buy local & smart distributie’, om uitleg. In dit living lab van DNWS en de Retailagenda doen verschillende gemeenten zoals Hilversum, Delden, Roosendaal en Groningen in de praktijk ervaring op met een eigen online lokaal platform. Daarnaast zijn er verschillende andere initiatieven die ze volgt waaronder in Amsterdam, Haarlem, Assen, Deventer en Enschede. Zij legt uit welke verschillende mogelijkheden en aanbieders er zijn en waar je op moet letten. 

De verschillen

Meteen maar de meest gestelde vraag: wat is het verschil tussen een lokale website en lokale webshop? 
“Een collectieve lokale website, ofwel een online marktplaats, biedt een overzicht van winkels in een winkelgebied of centrum met een eigen website. Meestal worden de deelnemende bedrijven gepresenteerd door middel van een afbeelding, met eventueel een korte tekst. Vaak is er een filter en kun je zoeken op bedrijfsnaam of op een categorie. Vervolgens wordt er doorgelinkt naar de eigen website of webshop van een winkel of restaurant en daar koop of bestel je dan. Zo’n gezamenlijke website is in feite een startpagina die de bedrijven verzamelt en vervolgens zorgt voor een doorlink. Het is een eenvoudige en relatief goedkope manier om bedrijven te presenteren en kan heel snel worden ontwikkeld. Soms al in een paar dagen tijd. Voorbeelden hiervan zijn BijonsAmsterdam of Haarlemsewinkels” 

“Bij een collectieve lokale webshop, ook wel een online warenhuis of platform genoemd, wordt niet doorgelinkt naar de eigen website van een winkel of bedrijf, maar blijf je op hetzelfde platform. Alle winkelinformatie en artikelen van de lokale winkels die deelnemen staan op één plek. Je wordt als klant niet doorgelinkt. Als iemand iets wil kopen of bestellen gebeurt dat in de gezamenlijke webshop van het platform en wordt de bestelling ook via het platform bij de klant thuisbezorgd. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld Warenhuis Groningen en Dorpspleinen.nl. 

Het verschil zit dus in de manier waarop besteld kan worden; er zijn platforms (webshops) met één verzamelwinkelmandje; de klant shopt bij verschillende winkels en rekent alle aankopen in een keer af. Andere platforms (websites) hebben die functie niet. Als een klant online bij verschillende winkels iets koopt, wordt per winkel doorgelinkt naar de betaalpagina van de winkel in kwestie en reken je steeds apart af. Dat is minder klantvriendelijk, maar een gezamenlijk winkelmandje is weer wat minder eenvoudig te regelen.” 

Collectieve webshops

Werken alle collectieve webshops op dezelfde wijze? 
“Nee, de opzet van de webshop, het type producten -food, of non-food-, het plaatsen van een bestelling en de distributie kan op uiteenlopende manieren, daarin verschillen de platforms onderling. Dat hangt af van het type winkelgebied; voor binnensteden spelen hele andere factoren een rol dan bijvoorbeeld voor een dorp of een wijkcentrum.  

Verschillende aanbieders

Hoe spelen aanbieders van collectieve webshops op die verschillen in? 
“Je hebt bijvoorbeeld Zupr, de partij achter onder andere Warenhuis Groningen, zij richten zich op binnensteden en hebben een aanbod van zowel food als non-food en de binnensteden. Zij werken samen met leveranciers en hebben geautomatiseerde database met webshopartikelen. Voor de bezorging werken ze met de fietskoeriers van Dropper. Dorpleinen.nl is weer meer voor de dagelijkse aankopen en handig voor bijvoorbeeld dorpen en wijkcentra. Met zo’n platform zorg je dat bewoners worden voorzien in hun dagelijkse levensbehoefte en je helpt er de lokale ambachtelijke winkels mee zoals bakkers, slagers en de groenteman en mkb’ers.” 

Dagelijkse boodschappen

Zijn er meer voorbeelden van platforms die geschikt zijn voor het doen van dagelijkse boodschappen? 
“Ja, in Amsterdam West zijn ze bijvoorbeeld gestart met Local heroes. Dit platform biedt producten van de bakker en de slager, maar ook producten van de markt. De bestelde producten kunnen worden opgehaald bij een pick-uppoint in de Kinkerstraat of worden tegen een kleine vergoeding per fiets thuisbezorgd. Hoody werkt weer anders, zij hebben een hub. De Hoody-koeriers halen bestellingen van de retailer op en via het centrale verzamelpunt worden ze bezorgd bij de klant.”  

Distributie

Zijn er ook veel verschillen in distributie? 
“Dat is iets wat je kan meenemen in de keuze voor een platform. De een werkt met fietskoeriers, elektrische busjes, een bakfiets, of vanuit een centrale verzamelplek op een industrieterrein. Aanhaken bij bestaande bezorging kan ook, in Pijnacker-Nootdorp loopt de bezorging via supermarkt Plus.” 

Waar je op moet letten

Waar moet je nog meer op letten? 
Het belangrijkste is dat je weet wat je wilt, ofwel: waar is de retailer en het winkelgebied het meest bij gebaat? Wil je een platte website die doorlinkt of een collectieve webshop? Daarnaast zijn er ook verschillen in techniek en daarmee ook in kosten en tijd voor implementatie. Het ene platform heeft bijvoorbeeld alleen een app, de andere een website én een app, of alleen een website en hoef je als klant geen app te installeren. Een app of een collectieve webshop ontwikkelen is duurder dan een alleen een website.  

Gouden tip

Wat raad je winkelgebieden aan als ze snel online willen? 
“De simpelste oplossing is een gewone ‘platte’ website waar op je laat zien dat je er als winkelgebied bent, welke ondernemers je er kan vinden en waarom je klanten stimuleert om lokale ondernemers te ondersteunen. Dat is voor nu de goedkoopste oplossing, maar niet voor de lange termijn. Voor in de toekomst moet je meer doen. Dan moet je zorgen dat er bij alle stakeholders draagvlak is voor een collectieve webshop. Met een goede branding, een gezamenlijk winkelmandje en een goede bezorgdienst en/of pick-up bied je de consument zo echt meerwaarde. Je bespaart zo op de kosten en is het duurzamer. “ 

Extra voordelen

Wat voor extra voordeel biedt het verder om gezamenlijk online te zijn? 
“Gezamenlijk zichtbaar zijn helpt om je winkelgebied als merk te versterken. Dat wordt bijvoorbeeld in Delden en Assen al heel actief gedaan. Je wilt in feite een digitaal warenhuis zijn, zoals Warenhuis Groningen en de 9 Straatjes in Amsterdam. Een platform kan zo mooi bijdragen aan de branding van het winkelgebied of de binnenstad, zowel fysiek als online.” 

Delen:

Bekijk ook

Verslag bijeenkomst: Lokaal ondernemerschap binnen het grootwinkelbedrijf

Op 7 juli kwamen, op initiatief van INretail, in Den Haag 11 steden en 7 grootwinkelbedrijven samen om het gesprek te voeren over hoe grootwinkelbedrijven zich meer lokaal kunnen inzetten.

Leegstaande winkelpanden omgetoverd tot cultuuretalages

De oplossing voor leegstaande panden? In Den Haag slaan Haagse culturele instellingen, vastgoedpartijen en de gemeente de handen ineen voor een creatief experiment. Leegstaande winkelpanden worden tijdelijk omgetoverd met onder andere etalages van het Mauritshuis, Beeld en Geluid Den Haag en het Kinderboekenmuseum. Iris Reijman, projectleider Spinner & Langkous, vertelt over het project.

Overzicht provinciale subsidieregelingen

Provincies vinden steeds meer hun rol om gemeenten bij te staan bij het verbeteren van binnensteden, dorpen en (perifere) winkelgebieden door het bieden van kennis en middelen. DNWS heeft een overzicht gemaakt van de beschikbare subsidieregelingen per provincie.